Tip 07 - Help! Ik heb gaatjes tussen mijn steken

Help! Ik heb gaatjes tussen mijn steken

Een tekening of schets die misleidt:

Als je een stekenuitleg op een tekening bekijkt, dan staat daar dikwijls een naald getekend die in- en meteen ook terug uit de stof komt. Dat mag dan wel heel duidelijk maken waar je juist de naald moet naar beneden en weer naar boven halen. Als je dat in één haal doet, dan is het de verkeerde manier van borduren.

Een bol gezette steek valt niet mooi plat naast de volgende:

Je naald buigt niet mee maar blijft recht. Als je ze in de stof of het stramien steekt en je haalt ze tegelijkertijd terug naar boven in de volgende steek, dan zet je met die rechte naald de stof of het stramien bol. Daardoor ga je ook de draad te strak aantrekken. De combinatie van een bol gezette steek en een te strak aangetrokken draad, trekt de structuur van de stof of het stramien uit zijn vorm.

Het gevolg is dat je die gaatjes tussen je steken krijgt. Een ander gevolg van in- en uithalen in één beweging is ook dat je draad veel sneller slijt. En het handwerk gaat helemaal "trekken", in mindere of meerdere mate.

Hou stof en stramien in de oorspronkelijke vorm:

Als je een mooi resultaat wil, waarbij alle steken mooi op elkaar aansluiten, zonder dat er plaats tussen is, dan moet je ervoor zorgen dat de draden van het stramien of de stof in hun oorspronkelijke vorm blijven, zowel tijdens het borduren als wanneer je het werk opbergt voor later. Dat wil zeggen: Hou stoffen en stramienen altijd zo plat mogelijk tijdens het borduren. Zorg dat je ze niet rimpelt en niet meer plooit dan noodzakelijk is.

Altijd oprollen:

Rol daarom ook steeds het werk op als je het weglegt in plaats van te vouwen. En maak rolletjes om in je hand te houden in plaats van de stof bij elkaar te frommelen of te plooien.

Hoe dat allemaal in zijn werk gaat lees je in onze tip over borduren zonder borduurring.

Snel borduren:

Een trucje om even snel te kunnen borduren in twee halen of slechts een:
Je stopt de naald naar beneden in de stof met je rechterhand. De middelvinger van de linkerhand hou je onder je borduurwerk. Je haalt (onder het werk) met de rechterhand een klein stukje de naald naar onder, waarbij je dus de draad een beetje naar beneden trekt, maar nog niet helemaal. 

Je legt de draad onderaan rond die linker middelvinger die onder het werk zit. De naald stop je van onder naar boven terug in de stof. De draad onderaan zit rond je middelvinger. Beweeg hem een beetje naar beneden. De draad wordt nu een stukje (recht!) naar beneden getrokken. (je stof blijft plat en wordt niet bol gezet) Dan trek je weer met je rechterhand (boven het werk) de draad naar boven. Dan weer met de vinger (onder het werk) naar beneden, dan weer met de rechterhand naar boven, enz... Je wisselt de beide steeds af.

Eens je het kneepje te pakken hebt gaat het even snel als dat je iedere steek in één beweging zou maken.

Knopen, stroppen en lussen voorkomen:

En een leuk extraatje is, dat als er zich langs de verkeerde kant van het werk een knoop, lus of strop zou vormen in je draad, dat je dat direct voelt met je middelvinger die onder je stof zit. Je kijkt immers zelden of nooit naar de verkeerde kant. Dan is het toch wel handig dat je snel merkt dat er daar iets niet pluis is. Dan kan je direct ingrijpen voor het zo erg geworden is, dat je de knoop niet meer los zou krijgen. 

Deze tips worden jou aangeboden door Nafra. Ze mogen in geen geval gekopieerd of gedupliceerd worden, onder welke vorm dan ook, geheel of gedeeltelijk, zonder onze uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming. 

Het Nafra team wenst je veel plezier met handwerken...

Naar meer handwerktips.